maandag 20 april 2015

The end of the world at Punta Gallinas




Ik besef me dat ik al lange tijd rondhang in het paradijselijke noorden van Colombia en nog niet eens de meest toeristische attracties heb gehad zoals Tayrona Park of The Lost City trek. Voornamelijk omdat het nogal druk bezocht is en ik even geen zin in sightseeing heb. Het wordt toch wel tijd om een keer door te gaan, maar niet voordat ik naar het noordelijkste puntje van zuid Amerika ben geweest. Vooral ook omdat het een opgave is om er te komen zonder tour en niet veel mensen de moeite doen om er te komen. Mooi! De allereerste stop is Cabo de la Vela. Na een normale bus word ik ergens op de snelweg op een kruispunt gedumpt en spring ik in een gedeelde taxi (collectivo) om in Urribia te komen, de hoofdstad van de Indianen. Vanaf daar wordt het hobbelen door de woestijn achterop een 4W drive tussen de Wayoo mensen en de supplies. 

We komen dichtbij de Venozulaanse grens dus er zijn veel militairen vanwege smokkelen, goedkope benzine en Venozulaans bier. En een typische oude Colombiaan weet daar wel raad mee en elke keer wanneer we stoppen bij een hutje moet hij pissen en bier kopen. Ook zijn opmerkingen worden steeds onverstaanbaarder, maar aan zijn blik zie ik dat hij ons gezelschap wel op prijs stelt. Na een stoffige rit over lege vlaktes doemt de azuurblauwe zee ineens op en kort daarna arriveren we in Cabo de la Vela. Één straat met voornamelijk hospedajes en restaurantjes en het ligt er vooral uitgestorven bij. Het voelt alsof ik in the 'Wild wild west' ben beland, ik mis alleen de paarden en cowboyhoeden nog. Het voordeel is dat er genoeg keuze is voor een slaapplek waarbij je vanuit je bed of hangmat je grote teen in het water kan steken. Samen met mijn Engelse medereiziger Trystan belanden we in een kamer formaat archiefkast met een wc en douche gescheiden door een half gordijn. Gelukkig kennen we elkaar welgeteld één dag en gaan we een cosy samenzijn tegemoet. Een leger mieren vindt al snel zijn weg naar onze tassen met zorgvuldig ingeslagen rantsoen en alles wat vers is kunnen we weggooien.
Om het dorp te verkennen hoef je niet ver te lopen en alle mensen van de Wayuu stam wonen verspreid in de woestijn.


 Dinner

Er zijn twee spiksplinternieuwe mountainbikes bij de groenteboer en na drie keer navragen schijnt het mogelijk te zijn om fietsend naar een ander strand te fietsen. Tenslotte zien we wel meer locals fietsen. Gewapend met water en suikers trotseren we deze zandbak ingehaald door jeeps met uiteraard luie mensen. Elke local vragen we de weg om te voorkomen dat we in Venezuela uitkomen. Ergens na de derde zandduin besluiten we naar links te gaan om te zien of we het strand kunnen vinden en ja hoor! Oranje zand en azuurblauw water en een duik is welverdiend. Niet dat we daarna niet meer stoffig zijn. Zand en zout zijn de hoofdingredienten deze dagen. Zo fietsen we de kust af en uitgeput kijken we naar een zonsondergang en een hoop kitesurfers.




Haar gezicht beschermt tegen de zon

 


De volgende dag begint het echte werk naar de top. Met een aantal mensen onderhandelen over het transport en om 5 uur 's ochtends zit ik weer achterin een zelfde truck. We komen erachter dat we het niet getroffen hebben met onze chauffeur en zijn pick up. Voor ons rijdt een een luxe jeep waar iedereen gewoon een stoel heeft terwijl wij op bankjes achterin stof zitten te happen. De auto stinkt continu naar benzine en het belangrijkste onderdeel, de 4W aandrijving blijkt niet te werken waardoor we nogal eens vastzitten. Daarnaast denkt onze chauffeur waarschijnlijk dat hij aan Dakar meedoet en heeft niet in de gaten dat wij continu tegen het dak geplakt zitten. 
Na een paar lange uren varen we nog een klein stukje en dan zijn we er, Punta Gallinas. De naam kip heeft het te danken aan het feit dat het lijkt op een kip. We worden ontvangen op de enige slaapplek in deze woestijn.
Na een welverdiend ontbijt rijden we over nog meer zandvlaktes. Af en toe wat huisjes, iemand op de fiets, honderden cactussen, zoutvlaktes en gek genoeg wel minstens drie basketbalvelden. Hier populairder dan voetbal. Het geheel doet me denken aan Burkina Faso waar ik eerder was. We komen op het noordelijkste puntje van zuid Amerika aan voor een fotomomentje en we glijden een grote zandduin af om bij een fantastisch verlaten strand te komen. 
Ondanks dat ik nog niet veel van Colombia heb gezien is het een feit dat dit er compleet anders uitziet dan de rest van Colombia. Oranje zandvlaktes, cactussen, een azuurblauwe zee en een stevig windje.
Het eten is simpel, maar de vis is vers gevangen die dag. Er groeit natuurlijk geen reet hier, dus veel groente en fruit hoef je niet te verwachten. 
Na een prima nacht in de hangmat mogen we dezelfde tocht weer terug maken. We proberen de chauffeur duidelijk te maken dat hij geen dozen maar mensen achterin heeft en hij lijkt het te begrijpen. Terug in Cabo gaan we meteen (maar wel met een andere auto) door naar de stad om ons te ontdoen van al het zand wat overal zit. Ook deze chauffeur laat graag zijn mannelijkheid zien. Boys and toys...helaas mogen we zelf niet even proberen.


























Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Laat een bericht achter